dinsdag 2 november 2021

Hoe er weer wat minder Fries gesproken wordt in Limburg.

 

Ter gelegenheid van Allerzielen steek ik dit jaar ook een kaarsje aan voor mijn tante Metsie.

Hier  volgt een gedeelte uit de afscheidstekst bij de crematie van Mets Bomhoff–Jeeninga, uitgesproken door Bert Bomhoff op 8 mei 2021, waarin hij o.a. in gaat op het gebruik van het Fries door zijn moeder.

Bij de crematie van zijn moeder sprak Bert o.a. de volgende woorden:

Dat het gezin Jeeninga van Friese komaf was, viel duidelijk af te lezen aan hun naam: Jeeninga, met twee ee’s. Dat werd nogal eens benadrukt. Ter onderscheiding van die andere, ‘gewone’ families, met één e. Het heeft tot enkele weken geleden geduurd voordat ik er, via het blogspot […] Friezen in Limburg, achter kwam dat de geboortenaam van pake gewoon Jeninga was, met één e; hij had er zelf een tweede e tussen geplakt!


Pake en beppe waren dus Friezen en Friezen spreken onderling altijd Fries, waar ze ook zijn. Dus werd er bij moeder thuis altijd Fries gesproken. Mijn moeder is dus tweetalig opgevoed, waarbij Fries de moedertaal was. Die Friese taal was ook in mijn jongere jaren alom aanwezig. Moeder sprak met haar heit en mem en haar broers en zussen altijd Fries en zo leerde ik ook een paar woorden Fries, zoals appelsmots [appelmoes], brêe [brood], holle [hoofd]. Naarmate de jaren vorderden, broers en zussen trouwden met niet-friezen en zeker na het overlijden van pake en beppe, werd er door mijn moeder steeds minder Fries gesproken. Maar verdwenen is die band met Friesland en de Friese taal niet. Eigenlijk was moeder meer Friezin dan Limburgse. Daarvoor was ze veel te nuchter en direct en het Limburgse dialect sprak zij niet en ze kon het ook niet verstaan. Daar heeft zij in het OLV in Voerendaal [het verzorgingshuis waarin zij was opgenomen] wel last van gehad.  Zij werd heel goed verzorgd, maar kon niet aarden tussen al die dialect sprekende Limburgers en trok zich regelmatig terug op haar kamer. En op het einde van haar leven, toen zij door de sterke pijnstillers steeds meer in een eigen wereld ging leven, begon zij zelfs weer in het Fries te spreken. Dan zat ik naast haar op bed en kwam van buiten met koude handen, dan zei zij “do bist kâld” [je ben koud]. Geboren met de Friese taal en ook ermee gestorven. Zo is ook deze cirkel rond en wordt er weer wat minder Fries gesproken in Limburg.

 Tot zover de tekst van de toespraak van Bert Bomhoff. 

Vrijwel alles wat Bert over zijn moeder zegt kan ik betrekken op mijn moeder, Metsies oudere zus Eeke (Eeke Spinder-Jeeninga, overleden mei 2019). Eerder schreef ik over haar:

Hoewel mijn moeder in Limburg geboren is, bleef ze graag Fries spreken. Als ik zaterdags met haar over de markt in Brunssum liep, kwamen we geregeld bekenden tegen van de (gereformeerde) kerk en vaak van Friese komaf. Dan begon ze onmiddellijk Fries te rebbelen.

 

 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten