maandag 2 april 2018

Knielen bij de processie. Met een bijdrage van Hans Spinder.


Van alle godsdienstige en culturele uitingsvormen in Limburg waren het waarschijnlijk de processies die de meeste indruk maakten op Friezen (en andere noorderlingen). Met verbazing keken zij naar de optochten van geestelijken in lange gewaden, meegedragen kruizen en monstransen, deftige mannen in zwarte pakken, meegetorste mariabeelden, meisjes in prachtige jurkjes, jongens in mooie pakjes, de uit gekleurd zand gemaakte figuren, bloemblaadjes die over de straat werden uitgespreid als een soort tapijt, het muziekkorps, de schutterij, etc.
Op de internetsite http://www.documentatie.org/B/B----/B---p/Processie.htm vond ik de volgende omschrijving:
een plechtige stoet, die met veel vertoon door de straten trekt. In (vrijwel) geheel katholieke streken was en is het soms nog steeds een feest voor heel de gemeenschap. De fanfare voorop, dan de priester met een monstrans en eventueel dragers met reliekschrijnen. De schutterij hoort er natuurlijk ook bij. De gelovigen sluiten in groten getale de stoet. Het feest begint met een eucharistieviering in de kerk, de stoet eindigt daar ook. Maar het feest kan daarna nog de hele dag duren.
Het volgende youtubefilmpje geeft een aardige indruk van hoe een processie eruit ziet/zag:


Mijn broer Hans herinnert zich nog hoe hij op een dag van toeschouwer tot min of meer deelgenoot werd van een processie die door de straten van Treebeek trok. Hij schreef het volgende:

Processies in Treebeek
De meeste Friezen in Limburg waren protestant (Hervormd, Gereformeerd, Baptist) en leefden in hun eigen zuil, zonder veel kennis van de gebruiken en opvattingen van de hen omringende katholieke Limburgers. 
Als gereformeerde kinderen werden we af en toe verrast door mannen die in onze straat om de zoveel meter paaltjes in de grond sloegen, waaraan later geel-witte vaandels werden gehangen. Dan wisten we: er komt weer een processie aan. Over de lengte van de straat werden twee parallelle lijnen getrokken, het looppad voor de processie, die op de kruispunten aansloten op grote geschilderde cirkels. In die cirkels werden met gekleurd zand symbolen gevormd die met de processie te maken hadden. 
De katholieke gelovigen versierden het looppad voor hun huis. Ik herinner me nog als jongetje van een jaar of acht hoe verontwaardigd ik was toen onze buren alle bloemen van hun klimroos, die een hele muur bedekte, plukten en het looppad op straat met al die mooie rode rozenblaadjes bedekten. Toen de processie voorbij trok liep iedereen zomaar over die bloemen heen. 
De processie stopte ook altijd bij het huis tegenover het onze. Daar woonde een goed katholieke familie, met zeven kinderen die niet met ons mochten spelen. De vader had nog een tijd de priesteropleiding gedaan, maar was toch verliefd geworden en getrouwd. Zij bouwden in de gang altijd een altaar, dat met de voordeur wijd open goed te zien was. De priester zegende het altaar en daarna trok de processie weer verder. 
Een andere keer ging de processie door een ander deel van Treebeek en ging ik met de buurvrouw mee om te kijken. Op een gegeven moment kwam de priester er aan, lopend onder een baldakijn, met de monstrans, waarin een geconsacreerde hostie, en ging iedereen op de knieën. Behalve dit gereformeerde jongetje, dat geen idee had wat dit was. Dus greep de buurvrouw mij bij de schouders en zei in dialect: ’op de knieën, jong’. 
Pas in de 70-er jaren, met de groei van de oecumenische beweging, namen de onderlinge contacten toe en nam ook de kennis en het begrip voor elkaar toe. Overigens werden de processies ook minder in die tijd. 

Hans Spinder

donderdag 15 maart 2018

'Ik ging mee naar de zondagsschool en zij ging met mij mee naar de heilige mis' , Anne-Marie Regtering

Na het anti-carnavalsverhaal in het vorige bericht - wat al gauw als anti-katholiek klinkt - volgt hier een reactie van Anne-Marie Regtering.  Deze geboren en getogen Treebeekse is katholiek opgevoed. Zij laat zien dat katholiek en fries-protestant heel goed samen konden gaan. Maar eerst geeft zij een correctie op de naam van de katholieke school die ter sprake kwam in het blogbericht van 4 februari jl.
Anne-Marie schrijft:

' … ik moet toch een paar kanttekeningen maken. De Sint Claraschool was een middelbare meisjesschool (MMS) en HBS in Heerlen centrum. In de grote katholieke Sint Franciscusschool in Treebeek was links de lagere jongensschool en de jongensmulo, en aan de rechterkant de lagere meisjesschool en de meisjesmulo. De speelplaatsen waren door een muur gescheiden. Alleen bij de katholieken werden de jongens en meisjes apart gehouden (;-).
De laatste werkzaamheden aan de Sint Franciscusschool in 1919. 
Links lagere jongensschool en ook jongensmulo, rechts lagere meisjesschool en ook meisjesmulo. Later werd er een muur gebouwd tussen de speelplaatsen.
  

De afstand tussen mensen met een ander geloof was ook niet zo eenduidig. Mijn katholieke ouders waren al vanaf eind jaren veertig bevriend met een Fries protestants echtpaar. Met een van hun dochtertjes, Jitty Dijkstra, ging ik mee naar de zondagsschool en zij ging met mij mee naar de heilige mis. Het was leuk om een totaal andere sfeer te proeven en er is nooit een probleem van gemaakt. Later hoorde ik wel van mensen dat ze niet eens met andersdenkenden mochten praten, maar ik heb zoiets nooit gemerkt. Ook op het Treebeekplein speelden alle kinderen gewoon met elkaar. Misschien inderdaad de gereformeerden wat minder. 
Er waren toen ook al gemengde huwelijken. Ik weet dat de Friese protestantse vaders van twee vriendinnen destijds met een katholiek meisje trouwden, maar ze moesten dan wel eerst katholiek worden! Bij de gereformeerden kwamen die gemengde huwelijken waarschijnlijk niet voor, of veel minder, zij waren in onze ogen toch wat strenger in de leer. 
De ouders van mijn vader kwamen in 1918 vanuit Gelderland via het Duitse Emmerich naar Treebeek.'
Een 'still' uit de film over Treebeek (blogbericht van 4 feb. 2018): Anne-Marie Regtering : 'Ik heb mezelf teruggezien: links met dat ernstige gezicht, naast de verkeersbrigadier. Ik was toen 10 jaar.' 

zondag 18 februari 2018

Een anti-carnavalsavond in Treebeek en meer - Hans Smedema


Hier volgt een herinnering aan een anti-carnavalsavond uit de tijd dat ik zelf nog helemaal niet wist dat zoiets bestond. Ik was een jongetje van acht jaar. Het vervolg op carnaval, de vastentijd, komt ook aan bod. Prachtig om te lezen.

Hans Smedema schrijft: 'Graag wil ik ook een duit in het zakje doen met een een foto van een anti-carnavalsavond in 1957, in de geref. kerk van Treebeek, dat gebouw met een prachtig jeugdhuis en daar bovenop een kerk. Om de inrichting van dat jeugdhuis te bekostigen werd in de jaren ’50 door alle jeugdverenigingen een actie gevoerd onder de naam ‘het nullenplan’ (100, 1000 enz). Daarbij hoorde ook een lied:
want ja het moet
want ja het kan
alles voor het nullenplan
moeder legt haar kwartje neer
vader geeft wat meer
maar ook de cent van kleine Jan
helpt mee voor het nullenplan     

Anti-carnavalsavond in het nieuwe jeugdhuis
Het resultaat was een fraai ingericht jeugdhuis met een grote zaal en een podium. Op dat podium zijn destijds de mooiste taferelen ten tonele gebracht. Als ik daar nu op terugkijk, is dat met een zekere trots maar ook een beetje meewarig. Wat waren we blij en gelukkig met wat we toen op de planken brachten en wat voelden we ons rijk, maar indachtig het hier en nu stelde het allemaal niet veel voor. Het was, vergeleken met vandaag de dag, eigenlijk allemaal niks. Wat is er veel veranderd in de tijd. Neem nou die foto van de anti-carnavalsavond van 2 maart 1957, zestig jaar geleden. We speelden liederen uit de bundel ‘kun je nog zingen, zing dan mee’, een muzikaal optreden met vijf mondharmonica’s en een theekist als bas. 
Een ingetogen clubje voor een volle zaal. Probeer je zo’n optreden eens voor te stellen in een uitzending van DWDD met Matthijs van Nieuwkerk.
Zeg nou zelf: de wereld is onherkenbaar veranderd. Hoe hebben wij ons daarin staande weten te houden?
Op het podium bespeelt Margje Eshuis van de Hommerterweg in Hoensbroek de bas, een lege theekist van groothandel Bosch, met een stuk touw als snaar. Daarnaast een, net als Margje, lang-gerokte jonge dame, mogelijk Pita Eshuis, broer van Joop Eshuis van het Treebeekplein, met een woodblokje voor de maat. Aandoenlijk om te zien. En dan de vijf mannen met hun mondharmonica’s. Een toonbeeld van overgave en toewijding.
Natuurlijk wilden we ook de blitz maken, want kijk eens hoe dit clubje heette? LES ENFANTS TERRIBLE. Niet te geloven, wat een lef…
Zittend van L. naar R. Kees Smedema uit de Ringstraat in Treebeek en Jan Schraa of ook een Eshuis? Staand van L naar R Hans Smedema uit de Ringstraat, broer van Kees en dan iemand waarvan ik de naam niet meer weet. Daarnaast Gerardus Timmerman uit het Leeuwstuk (een woonwijk tussen Treebeek en Brunssum).
Wat een heerlijke tijd. Wat lief en wat braaf. Wat een rust en wat een vrede, maar ook wat een feest als tegenhanger van het RK carnaval.

Restjes opmaken voor de vasten
Als gereformeerden hadden wij er best begrip voor dat de katholieken de avond voor de vasten de restjes lekkernijen opmaakten, anders moesten ze die weggooien en dat was natuurlijk zonde. En we hadden er ook nog begrip voor dat het later niet alleen de laatste avond voor de vasten zo ging, maar ook de avond daarvóór. Maar toen het niet bleef bij het alleen opmaken van de restjes eten en drinken, maar dat er een heel jaar voor werd gespaard om een paar dagen vóór de vasten eens flink uit de band te kunnen springen, zeiden we als rechtgeaarde calvinisten: dit kan niet, dit gaat te ver! Achteraf denk ik: misschien waren we ook wel een beetje jaloers op de katholieken. Zij durfden wat wij niet mochten. Zij leefden royaal en uitbundig en sprongen zo nu en dan lekker een beetje uit de band en wij leefden heel braaf, sober en ingetogen.
Hoe kwam dat eigenlijk? Wie en wat hield ons tegen?
Als kinderen van de reformatie, met Abraham Kuyper als voorman, namen we het leven serieus en ernstig. Wij leefden in zijn kielzog. Daarom lazen we de Spiegel en niet de Panorama. Daarom gingen we op zondag twee keer naar de kerk en op één avond in de week naar de catechisatie.

‘Rehoboth’  Treebeek. De foto is genomen in 1956 op de trappen van de ingang van het jeugdhuis.
Oefenen voor het rechte pad
Daarom namen we ook deel aan het rijke verenigingsleven, jongens en meisjes apart, een oefenplaats waarin we werden gevormd en toegerust tot trouwe navolgers van Christus en goede lidmaten van kerk, staat en maatschappij.
De Jongelings Vereniging op Gereformeerde Grondslag (JV op GG) ‘Rehoboth’ in Treebeek was zo’n leerschool. De foto is genomen in 1956 op de trappen van de ingang van het jeugdhuis. Daar staan voor het merendeel allemaal zonen van Friese ouders. Allemaal oorlogskinderen die met zovele anderen hun beste krachten hebben gegeven om Nederland na de bevrijding in 1945 weer te doen herrijzen. Dankbaar voor hun voorgeslacht en hopelijk trots op hun nageslacht. Ik sta helemaal achteraan links, de gebruikelijke plek voor een voorzitter. We hadden alles nog voor ons en nu hebben we het meeste al weer achter ons. Dankzij al die jonge mensen (onze ouders) die aan het begin van de 20e eeuw vanuit Friesland zijn neergestreken in het roomse zuiden en daar gezinnen hebben gesticht, konden wij ons in de toen welvarende mijnstreek ontwikkelen tot goede staatsburgers en trouwe navolgers van Christus.
Er is nóg zo’n leerschoolfoto, niet van de JV maar van de knapenvereniging, de KV, jongens van 12-16 jaar. Dan weten we gelijk hoe oud ongeveer het knaapje was uit het lied ‘knaapje zag een roosje staan’. De knapenvereniging was het voorportaal van de JV. Op de foto tonen de meesten, waaronder ik zelf, ons overgangsdiploma naar de JV. Dat diploma strekte ons tot aanbeveling op de jongelingsvereniging.

Tenslotte was er een derde leerschool en oefenplaats in Zuid-Limburg: de padvinderij. 
Het was niet alleen belangrijk om je in geestelijk opzicht te trainen en te ontwikkelen, maar dat gold ook voor je lichaam als tempel van God. Op de foto’s, genomen in Treebeek in 1946, staan veel kinderen van Friese ouders, waaronder mijn oudere broers Hette en Pieter. 














Allen hebben een pad gezocht en gevonden, hopelijk het rechte pad, om hun leven vorm te geven en in te richten naar de toen geldende normen en waarden.
Het leven in Zuid-Limburg was een serieuze zaak, maar er waren gelukkig ook vele feestelijkheden, zoals de jaarfeesten van de verenigingen en niet te vergeten de anti-carnavalsavond. Het waren allemaal hoogtepunten binnen de veilige muren van de Friese enclaves.

Hulde aan Zuid-Limburg!
Hulde aan Friesland!
Lang leve de Friezen!'

woensdag 14 februari 2018

Aswoensdag. Ervaringen van Henk van der Weij

Het is vandaag aswoensdag. De dag na carnaval. 

Henk van der Weij, geboren in Gorredijk (Friesland), verruilde in 1953 zijn baan bij Fokker in Amsterdam voor een baan bij de staatsmijn Emma. Dat was wel even wennen. Hij schrijft: ’Als een volkomen onbekend mens met gewoontes en gebruiken van de roomskatholieke kerk ben ik vanuit Amsterdam naar de Staatsmijn Emma gegaan en gaan werken in de electro werkplaats. Daar heb ik een paar voor mij wonderlijke dingen meegemaakt.
Voordat ik ging werken kwam je in een ruimte waar je jezelf kon omkleden. Daarna ging je naar de werkplaats. Je ontmoette dan een aantal mensen en zo langzamerhand kwam je met elkaar aan de praat. Vroeg mij iemand “Wat bist doe mie jong. Bist du ene Pruus?” ”Nee, ik bin ginne Pruus.” ”Bist du ene Bels?”  ”Nee, ik bin ginne Bels.” ”Bist du dan een Hollenger?” ”Nee, ik bin ginne Hollenger.” ”Maar wat bist du dan?” ”Ik ben een Fries!” Nou daar had hij nog nooit van gehoord. Wist ook niet dat er een Friesland bestond.’

En de dag na carnaval maakte hij het volgende mee.
”Mijn maat kwam ’s ochtends op het werk met een voor mij een beetje vies voorhoofd. Ik meende hem daarop te moeten wijzen. Maar dat hoorde zo. Het was aswoensdag en dan moest je namelijk ’s morgens eerst langs de priester om de zonden die je tijdens carnaval gedaan had vergeven te krijgen. Dat gebeurde door een houtskool kruisje op het voorhoofd. Was je weer een goed mens.”

Zie voor een toelichting op de betekenis van aswoensdag:

Er is inmiddels veel veranderd, want zie wat er op de website van de protestantse (PKN) Domkerk te Utrecht geschreven staat. 
Woensdag 14 februari om 19.00 uur: Vesper van Aswoensdag
In de vesper van woensdag 14 februari om 19.00 uur, Aswoensdag, bestaat er de mogelijkheid om het askruisje te ontvangen. In de viering van Aswoensdag ligt het hoofdaccent op inkeer en concentratie op de eigenlijke dingen. De as van Aswoensdag legt de verbinding met de palmtakjes van Palmzondag 2017, dietijdens de viering verbrand worden tot as. Wie wil, wordt tijdens de viering getekend met het kruis.

Waar een jaar of vijftig geleden door de protestanten nog vreemd tegenaan gekeken werd (een raar rooms gedoe) is nu in verschillende protestantse kerken een goed gebruik geworden.

zondag 11 februari 2018

Geen carnaval voor de noorderlingen, maar toch genieten. Eeke van der Weij



Vorig jaar om deze tijd schreef ik:
De Gereformeerde kerk van Treebeek organiseerde begin jaren `60 nog anti-carnalvalsavonden om de jongeren uit de eigen gelederen toch vooral weg te houden van het Limburgse carnaval. Iets dat op den duur onhoudbaar bleek.
(bericht van 10 februari 2017)                                                          

Eeke Verweij, dochter van een Friese vader en een Friese moeder, schreef mij onlangs:
„Weet je, dat die ontstaan zijn in de tijd dat ik lid, zelfs presidente, was van de M.V. (meisjesvereniging) Lydia in Treebeek. En dat we toen met veel enthousiasme die avonden organiseerden samen met de J.V. (jongensvereniging) Rehoboth. Een aantal jongens had zelfs een orkest samengesteld, mijn twee broers Hans en Kees speelden mondharmonica, een ander speelde op een zaag en weer een ander had een soort trommel gefabriceerd. Wat konden we toen met weinig materiaal toch iets maken waar we ook nog van genoten!!"


 Beelden van een carnavalsoptocht in Brunssum (2015) zijn te zien op: 




zondag 4 februari 2018

Treebeek in de jaren `50

R.K. Kerk te Treebeek

Van jongs af aan ben ik vertrouwd geraakt met mensen in hokjes in te delen. Dat is bepaald niet iets waar ik trots op ben. Toch werd ik me daar weer eens sterk van bewust toen ik de film ’Treebeek 1950-1955’ zag. De film brengt allerhande soorten bewoners van Treebeek in beeld. Als we het bij ons thuis of in bredere familiekring over andere mensen hadden dan werden die steevast aangeduid met ’die Hervormden’, ’die van de Baptistenkerk’, ’die kinderen van de Nutsschool’ (dat waren mensen die ’nergens aan deden’), ’O ja, die roomsen’, ’die van onze (Gereformeerde) kerk’, etc.

(Voormalige) Gereformeerde kerk te Treebeek
Treebeek, hoe onbekend en gering van omvang ook, was een afspiegeling van de gehele Nederlandse, sterk verzuilde, samenleving, getuige het nu volgende citaat van Wiel Kusters (1):
’De protestantse mijnwerkers (2) kwamen vooral uit Groningen, Friesland, Drenthe en de Gelderse Achterhoek. De godsdienstige diversiteit was in sommige van de nieuw gebouwde koloniën groter dan in de oude dorpskernen. Zo telde Treebeek rond 1960 tien kerkgenootschappen. Ongeveer 35% van de bevolking was van protestantse huize, 5% was niet kerkelijk. Voor Limburgse 
begrippen was dit iets bijzonders. Er woonden Nederlands-Hervormden en Gereformeerden, er was een Hersteld Apostolische en een Evangelisch-Lutherse Kerk, een Baptisten- en een  
Pinstergemeente. Verder kwam men er Jehova’s getuigen tegen en soldaten van het Leger des Heils.’

Ned. Hervormde kerk te Treebeek 
De genoemde film laat een en ander van die verscheidenheid zien. Zo tonen de filmbeelden de St. Franciscusschool (katholieke jongens), St. Clara (voor de roomse meisjes), De Beatrixschool (Hervormd), De Nutsschool (neutraal), de Gereformeerde school. 
De film was voor mij een feest der herkenning. Ik zag meerdere van mijn onderwijzers van de lagere school. Meester Mulder (bijgenaamd Pukkie) en meester bijgenaamd Tetsel (zijn echte naam daar kan ik nu even niet opkomen) zag ik bokje springen op het schoolplein. Mijn broer Hans, toen een jaar of zeven/acht stond in een kring bij één of ander spel.
Mijn juffrouw van de kleuterschool zag ik terug bij de beelden van de Prinses Marijkeschool (protestants). Verder zien we de fanfare van de Baptisten, genaamd De Bazuin. Dirigent Albert Niemijer (afkomstig uit Groningen) slaat de maat.
Ik zou zeggen: bekijk de beelden. Ben je zelf in deze contreien opgegroeid in de jaren`50 tot`60 dan herken je vast ook oude bekenden.

De link naar de Treebeekfilm is:




(1) Kusters, Wiel (2012), In en onder het dorp. Mijnwerkersleven in Limburg. Wiel Kusters, Maastricht en Uitgeverij Van Tilt Nijmegen.
(2) Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat de Friezen de grootste groep vormden.
Baptistenkerk te Treebeek

vrijdag 12 januari 2018

Friezen in de Limburgse politiek

De samenwerking tussen de (Limburgse) roomskatholieken en protestanten (doorgaans noorderlingen) ging niet van een leien dakje. Dat kwam o.a. aan het licht bij de vorming van het CDA. De anekdote in het vorige bericht vormt daarvan een illustratie. 
De samenwerking tussen de geloofsgroepen komt ook ter sprake tijdens een gesprek dat ik in april 2016 heb met Driek Portiek. Maar uit zijn verhaal blijkt ook dat er toen toch al lichtpuntjes te bekennen waren. 
Zo vertelt hij dat er in de Verlengde Wilhelminastraat een katholieke kerk stond (gebouwd in de jaren vijftig). Er was een actie op touw gezet om de kerk van een klokkenstoel te voorzien. Gerrit Spinder (mijn oom van gereformeerde huize) schroomde niet om mee te doen en geld in te zamelen voor de (katholieke) klokkentoren.
Oom Gerrit (oudste broer van mijn vader) zat, net als mijn vader, in de politiek. Hij was lid van de CDA-fractie van de gemeenteraad van Heerlen. Dat was in de tijd dat Driek Portiek fractievoorzitter was. Beiden, zowel oom Gerrit als Portiek waren/zijn van oorsprong Friezen. Meestal waren de naar Limburg getrokken Noorderlingen hervormd of gereformeerd. Driek Portiek vormt daarop een uitzondering: hij is van katholieke huize. 

Katholieken en protestanten in Friesland
Dries Portiek brengt zijn jeugd door in Friesland. En ook daar waren de verhoudingen tussen katholieken en protestanten niet altijd even gemakkelijk. Hij vertelt: 
`We zijn katholiek opgevoed. Tot je zesde jaar speelde je met gereformeerde en hervormde jongens. Zodra je naar de lagere school ging was het afgelopen. Over en weer riepen de kinderen elkaar na. Dan klonken liedjes als: Roomse papen, heilige schapen. Of: De gereformeerde reuzen met de lange neuzen die staan voor het hek met de appel in de bek. 
In Heeg was een dominee die sprak vanaf de kansel dat de gereformeerden niet bij de katholieke middenstand mocht kopen.`

Afkomst verbindt?
Ik zelf stond er overigens van te kijken dat mijn oom zo ruimhartig was voor de katholieken. Misschien heeft het geholpen dat fractiegenoot Dries Portiek ook van Friese komaf was…?



afbeelding: De kleine St.-Jan. Een schilderij van Harrie Leblanc. (kerkje bij de markt in Hoensbroek).