woensdag 14 februari 2018

Aswoensdag. Ervaringen van Henk van der Weij

Het is vandaag aswoensdag. De dag na carnaval. 

Henk van der Weij, geboren in Gorredijk (Friesland), verruilde in 1953 zijn baan bij Fokker in Amsterdam voor een baan bij de staatsmijn Emma. Dat was wel even wennen. Hij schrijft: ’Als een volkomen onbekend mens met gewoontes en gebruiken van de roomskatholieke kerk ben ik vanuit Amsterdam naar de Staatsmijn Emma gegaan en gaan werken in de electro werkplaats. Daar heb ik een paar voor mij wonderlijke dingen meegemaakt.
Voordat ik ging werken kwam je in een ruimte waar je jezelf kon omkleden. Daarna ging je naar de werkplaats. Je ontmoette dan een aantal mensen en zo langzamerhand kwam je met elkaar aan de praat. Vroeg mij iemand “Wat bist doe mie jong. Bist du ene Pruus?” ”Nee, ik bin ginne Pruus.” ”Bist du ene Bels?”  ”Nee, ik bin ginne Bels.” ”Bist du dan een Hollenger?” ”Nee, ik bin ginne Hollenger.” ”Maar wat bist du dan?” ”Ik ben een Fries!” Nou daar had hij nog nooit van gehoord. Wist ook niet dat er een Friesland bestond.’

En de dag na carnaval maakte hij het volgende mee.
”Mijn maat kwam ’s ochtends op het werk met een voor mij een beetje vies voorhoofd. Ik meende hem daarop te moeten wijzen. Maar dat hoorde zo. Het was aswoensdag en dan moest je namelijk ’s morgens eerst langs de priester om de zonden die je tijdens carnaval gedaan had vergeven te krijgen. Dat gebeurde door een houtskool kruisje op het voorhoofd. Was je weer een goed mens.”

Zie voor een toelichting op de betekenis van aswoensdag:

Er is inmiddels veel veranderd, want zie wat er op de website van de protestantse (PKN) Domkerk te Utrecht geschreven staat. 
Woensdag 14 februari om 19.00 uur: Vesper van Aswoensdag
In de vesper van woensdag 14 februari om 19.00 uur, Aswoensdag, bestaat er de mogelijkheid om het askruisje te ontvangen. In de viering van Aswoensdag ligt het hoofdaccent op inkeer en concentratie op de eigenlijke dingen. De as van Aswoensdag legt de verbinding met de palmtakjes van Palmzondag 2017, dietijdens de viering verbrand worden tot as. Wie wil, wordt tijdens de viering getekend met het kruis.

Waar een jaar of vijftig geleden door de protestanten nog vreemd tegenaan gekeken werd (een raar rooms gedoe) is nu in verschillende protestantse kerken een goed gebruik geworden.

zondag 11 februari 2018

Geen carnaval voor de noorderlingen, maar toch genieten. Eeke van der Weij



Vorig jaar om deze tijd schreef ik:
De Gereformeerde kerk van Treebeek organiseerde begin jaren `60 nog anti-carnalvalsavonden om de jongeren uit de eigen gelederen toch vooral weg te houden van het Limburgse carnaval. Iets dat op den duur onhoudbaar bleek.
(bericht van 10 februari 2017)                                                          

Eeke Verweij, dochter van een Friese vader en een Friese moeder, schreef mij onlangs:
„Weet je, dat die ontstaan zijn in de tijd dat ik lid, zelfs presidente, was van de M.V. (meisjesvereniging) Lydia in Treebeek. En dat we toen met veel enthousiasme die avonden organiseerden samen met de J.V. (jongensvereniging) Rehoboth. Een aantal jongens had zelfs een orkest samengesteld, mijn twee broers Hans en Kees speelden mondharmonica, een ander speelde op een zaag en weer een ander had een soort trommel gefabriceerd. Wat konden we toen met weinig materiaal toch iets maken waar we ook nog van genoten!!"


 Beelden van een carnavalsoptocht in Brunssum (2015) zijn te zien op: 




zondag 4 februari 2018

Treebeek in de jaren `50

R.K. Kerk te Treebeek

Van jongs af aan ben ik vertrouwd geraakt met mensen in hokjes in te delen. Dat is bepaald niet iets waar ik trots op ben. Toch werd ik me daar weer eens sterk van bewust toen ik de film ’Treebeek 1950-1955’ zag. De film brengt allerhande soorten bewoners van Treebeek in beeld. Als we het bij ons thuis of in bredere familiekring over andere mensen hadden dan werden die steevast aangeduid met ’die Hervormden’, ’die van de Baptistenkerk’, ’die kinderen van de Nutsschool’ (dat waren mensen die ’nergens aan deden’), ’O ja, die roomsen’, ’die van onze (Gereformeerde) kerk’, etc.

(Voormalige) Gereformeerde kerk te Treebeek
Treebeek, hoe onbekend en gering van omvang ook, was een afspiegeling van de gehele Nederlandse, sterk verzuilde, samenleving, getuige het nu volgende citaat van Wiel Kusters (1):
’De protestantse mijnwerkers (2) kwamen vooral uit Groningen, Friesland, Drenthe en de Gelderse Achterhoek. De godsdienstige diversiteit was in sommige van de nieuw gebouwde koloniën groter dan in de oude dorpskernen. Zo telde Treebeek rond 1960 tien kerkgenootschappen. Ongeveer 35% van de bevolking was van protestantse huize, 5% was niet kerkelijk. Voor Limburgse 
begrippen was dit iets bijzonders. Er woonden Nederlands-Hervormden en Gereformeerden, er was een Hersteld Apostolische en een Evangelisch-Lutherse Kerk, een Baptisten- en een  
Pinstergemeente. Verder kwam men er Jehova’s getuigen tegen en soldaten van het Leger des Heils.’

Ned. Hervormde kerk te Treebeek 
De genoemde film laat een en ander van die verscheidenheid zien. Zo tonen de filmbeelden de St. Franciscusschool (katholieke jongens), St. Clara (voor de roomse meisjes), De Beatrixschool (Hervormd), De Nutsschool (neutraal), de Gereformeerde school. 
De film was voor mij een feest der herkenning. Ik zag meerdere van mijn onderwijzers van de lagere school. Meester Mulder (bijgenaamd Pukkie) en meester bijgenaamd Tetsel (zijn echte naam daar kan ik nu even niet opkomen) zag ik bokje springen op het schoolplein. Mijn broer Hans, toen een jaar of zeven/acht stond in een kring bij één of ander spel.
Mijn juffrouw van de kleuterschool zag ik terug bij de beelden van de Prinses Marijkeschool (protestants). Verder zien we de fanfare van de Baptisten, genaamd De Bazuin. Dirigent Albert Niemijer (afkomstig uit Groningen) slaat de maat.
Ik zou zeggen: bekijk de beelden. Ben je zelf in deze contreien opgegroeid in de jaren`50 tot`60 dan herken je vast ook oude bekenden.

De link naar de Treebeekfilm is:




(1) Kusters, Wiel (2012), In en onder het dorp. Mijnwerkersleven in Limburg. Wiel Kusters, Maastricht en Uitgeverij Van Tilt Nijmegen.
(2) Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat de Friezen de grootste groep vormden.
Baptistenkerk te Treebeek

vrijdag 12 januari 2018

Friezen in de Limburgse politiek

De samenwerking tussen de (Limburgse) roomskatholieken en protestanten (doorgaans noorderlingen) ging niet van een leien dakje. Dat kwam o.a. aan het licht bij de vorming van het CDA. De anekdote in het vorige bericht vormt daarvan een illustratie. 
De samenwerking tussen de geloofsgroepen komt ook ter sprake tijdens een gesprek dat ik in april 2016 heb met Driek Portiek. Maar uit zijn verhaal blijkt ook dat er toen toch al lichtpuntjes te bekennen waren. 
Zo vertelt hij dat er in de Verlengde Wilhelminastraat een katholieke kerk stond (gebouwd in de jaren vijftig). Er was een actie op touw gezet om de kerk van een klokkenstoel te voorzien. Gerrit Spinder (mijn oom van gereformeerde huize) schroomde niet om mee te doen en geld in te zamelen voor de (katholieke) klokkentoren.
Oom Gerrit (oudste broer van mijn vader) zat, net als mijn vader, in de politiek. Hij was lid van de CDA-fractie van de gemeenteraad van Heerlen. Dat was in de tijd dat Driek Portiek fractievoorzitter was. Beiden, zowel oom Gerrit als Portiek waren/zijn van oorsprong Friezen. Meestal waren de naar Limburg getrokken Noorderlingen hervormd of gereformeerd. Driek Portiek vormt daarop een uitzondering: hij is van katholieke huize. 

Katholieken en protestanten in Friesland
Dries Portiek brengt zijn jeugd door in Friesland. En ook daar waren de verhoudingen tussen katholieken en protestanten niet altijd even gemakkelijk. Hij vertelt: 
`We zijn katholiek opgevoed. Tot je zesde jaar speelde je met gereformeerde en hervormde jongens. Zodra je naar de lagere school ging was het afgelopen. Over en weer riepen de kinderen elkaar na. Dan klonken liedjes als: Roomse papen, heilige schapen. Of: De gereformeerde reuzen met de lange neuzen die staan voor het hek met de appel in de bek. 
In Heeg was een dominee die sprak vanaf de kansel dat de gereformeerden niet bij de katholieke middenstand mocht kopen.`

Afkomst verbindt?
Ik zelf stond er overigens van te kijken dat mijn oom zo ruimhartig was voor de katholieken. Misschien heeft het geholpen dat fractiegenoot Dries Portiek ook van Friese komaf was…?



afbeelding: De kleine St.-Jan. Een schilderij van Harrie Leblanc. (kerkje bij de markt in Hoensbroek).

vrijdag 15 december 2017

Een Fries in de gemeenteraad van Brunssum


De plaats waar ik geboren ben haalde op 9 december jl. de voorpagina van de Volkskrant. 'Wat is daar aan de hand?', vraagt de krant zich af, omdat in de afgelopen periode Brunssum vaker in het nieuws was met minder fraaie berichten. Bij de recente berichten over de gemeenteraad staat de persoon van Jo Palmen centraal. Dat deed me denken aan mijn vader, die rond de jaren tachtig deel uit maakte van die gemeenteraad en uit zijn mond hoorde ik regelmatig diezelfde naam. De belevenissen van mijn vader rondom het raadswerk waren tussen hem en mij een geliefd gespreksonderwerp. In mijn herinnering kwamen diverse verhalen bovendrijven. Minstens één daarvan wil ik jullie niet onthouden.

Mijn vader zat aanvankelijk in de raad namens de ARP (de Anti Revolutionaire Partij). Een protestantse partij met gereformeerde wortels. Daarnaast was ook de protestantse CHU (Christelijk Historische Unie) vertegenwoordigd. Het waren minifracties vergeleken met de katholieken, verenigd in de KVP. In 1980 vond het historische samengaan plaats van de de drie genoemde partijen. Zij fuseerden tot het CDA, zoals we dat heden ten dage kennen. Voordat het zover was, is er heel wat water door de Maas, of - om dichter bij Brunssum te blijven - de Rode Beek, gestroomd. Het bekende t.v.programma `Andere tijden`, heeft er een fraaie aflevering over gemaakt, waarin gesteld wordt:
Het was een ingewikkelde opgave om de drie partijen organisatorisch op één lijn te krijgen, maar de grootste struikelblokken op weg naar het CDA waren toch wel de verschillen in mentaliteit en cultuur.
Dit ondervond mijn vader aan den lijve. Bedoelde verschillen deden zich in Brunssum extra sterk gelden omdat daar - in elk geval voor wat mijn vader betreft - ook nog het verschil in herkomst bij kwam. Het Friese karakter van mijn vader botste nogal eens met de Limburgse mentaliteit.
En dan nu het verhaal…

De nieuwe, gefuseerde fractie is voor het eerst bijeen voor een fractievergadering: een stuk of 9 (ex-)KVP-ers, overwegend autochtone katholieke Limburgers, waaronder genoemde Jo Palmen (toen nog lid van het CDA), 1 (ex-)CHU-er, 1 (ex-)CDA-er. De 2 laatstgenoemden behoren tot de 'import'-noorderlingen (Friezen en anderen afkomstig uit de noordelijke provincies). Het gaat er wat rommelig aan toe. Iemand van de oude KVP-fractie zit voor. Mijn vader ziet het enige tijd aan en vraagt dan het woord. Hij herinnert de aanwezigen eraan dat zij als christelijke partijfractie bijeen zijn en spreekt dan de woorden: 'Beginnen jullie niet met gebed?' Even valt er een doodse stilte. Dan wordt hij niet-begrijpend aangestaard. 
Het duurde wel even voor hij in die nieuwe fractie zijn draai gevonden had.
Zo zijn er meer voorbeelden, die mogelijk in latere berichten aan bod komen.

Beste lezer,

Herinner je je ook nog een leuk of interessant verhaal uit die tijd, van je vader, moeder of je opa, oma, waarin Friezen een rol spelen? Schrijf het op en stuur het naar sspinder@upcmail.nl . Je mag me ook vragen om je te bellen als wel wilt vertellen, maar er tegenop ziet om te schrijven (of er geen zin in hebt). In dat geval maak ik er wel een geschikt schriftelijk stukje van.

vrijdag 10 februari 2017

Gebrook is `nne sjoeëne sjtad




                                                                                                              Het is weer carnavalstijd in Limburg
Gebrook is `nne sjoeëne sjtad.
Nee, dit is geen Fries! Het is de eerste regel van een Limburgs carnavalslied en het betekent: Hoensbroek is een mooie stad. De tekst van het lied is gemaakt door… een Fries die in deze plaats woonachtig is. Ik heb hem al eerder voorgesteld: Driek Portiek. De melodie leende hij van een Fries lied. Een bijzondere prestatie van deze, oorspronkelijk uit Heeg afkomstige, ex-mijnwerker in hart en nieren. Het summum van integratie zou je zeggen. Begin jaren `50, op 17-jarige leeftijd van Friesland naar Zuid-Limburg verhuisd, een snelle carrière gemaakt in de mijn, maatschappelijk en politiek actief, getrouwd met een Limburgse…, kortom: helemaal zijn draai gevonden in het `katholieke zuiden`.

Zelf ben ik tijdens mijn kinderjaren opgevoed met het idee dat carnaval niks voor ons was, dat was iets voor de Limburgers, de roomsen, net als kermis en voetballen op zondag. Dat afzetten tegen carnaval was niet iets specifieks van ons gezin. De Gereformeerde kerk van Treebeek organiseerde begin jaren `60 nog anti-carnalvalsavonden om de jongeren uit de eigen gelederen toch vooral weg te houden van het Limburgse carnaval. Iets dat op den duur onhoudbaar bleek. In loop van de jaren `60 gingen die door de kerk georganiseerde avonden steeds meer lijken op carnaval volgens de Limburgse traditie. Voor de meeste Friezen (en andere noorderlingen) is carnaval nu een geaccepteerde zaak, maar dat heeft wel even zijn tijd nodig gehad.

Bij Driek Portiek ging dat kennelijk sneller. Bij zijn aankomst in Limburg kwam hij destijds in een gespreid bedje terecht. Er woonden al verschillende familieleden in de omgeving van Hoensbroek, die eerder de overstap naar het mijnwerkersbestaan hadden gemaakt. Èn hij was - anders dan de meeste noorderlingen - katholiek opgevoed. Mogelijk zijn dat factoren geweest die het invoegen in de Limburgse samenleving hebben vergemakkelijkt. Heeft hij Friesland nu zoveel jaar later achter zich gelaten en is hij een Limburger geworden? Tijdens het gesprek dat ik met hem heb, vraag ik of hij zichzelf meer als Limburger ziet of meer als Fries. Zonder aarzelen antwoordt hij onmiddellijk: Fries! 


Ken je ook een verhaal over Friezen (in Limburg) en carnaval?

Reageer!
-
Laat het me weten.


woensdag 4 januari 2017

Fryske Kriten

Al enige tijd ben ik op zoek naar informatie over Fryske Kriten, oftewel: Friese Kringen. Ik heb mijn ouders er wel eens over horen praten. Ik kan mij herinneren dat ze vertellen dat de Fryske Krite uit Geleen een toneelvoorstelling zal geven (uiteraard in de Friese taal). Het is volkomen duidelijk dat wij daar niet heen zullen gaan. Je voelt aan alles dat mijn ouders daar `niks mee hebben’. Pas heel veel later ben ik me gaan afvragen waarom dat was. Wij spraken thuis Fries. En niet alleen thuis, ook op familiebezoek, met onze pakes en beppes. Maar op ook maar het geringste chauvinisme t.a.v. Friesland heb ik mijn ouders nooit kunnen betrappen.
Bijgaande dichtregels weerspiegelen dan ook op geen enkele manier de houding van mijn ouders t.o.v. Friesland. 

Bern fan Fryslân
Anne Jousma

Wy sille altyd bern fan Fryslân bliuwe
wêr`t ek ús wegen liede op `e wrâld.
Wêr`t ús de winen en de seeën driuwe
dit jout ús libben en ús hert syn hâld.
[…]
Bern fan de smûke bosken yn de Wâlden,
dêr`t smelle wegen boartsje ûnder`t beamt.
De wyn strykt yn in marke stil syn fâlden
en flûst`ret yn de blêden, mearkefrjemd.
[…]
Wêr `t ûs de winen en de seeën driuwe,
dit jout ús libben en ús hert syn hâld.
wy wolle altyd bern fan Fryslân bliuwe,
fier of tichtby, oeral yn de wrâld.

Niet alle coupletten zijn hier weergegeven. Aan elke Friese streek is een couplet gewijd. Onze familie is afkomstig uit `de Wâlden’. 
In het al eerder aangehaalde artikel `Ondergrondse Friezen`(Leeuwarder Courant van 22 december 2012, zie een eerder bericht op deze blog) lees ik:
”Tetman de Vries die voor zeshonderd dolenthousiaste Friezen zijn populaire programma’s speelt in een zalencentrum in Hoensbroek. Het is nu moeilijk meer voor te stellen, maar in de jaren vijftig en zestig gebeurde het geregeld. Een stuk of zes Fryske Kriten hielden in de mijnstreek van Limburg de herinneringen aan het heitelân warm bij liedjes en sketches en onderlinge gesprekken in de memmetaal.”
Dit speelt zich af op een steenworp afstand van waar wij wonen. Nooit zijn we bij een dergelijke voorstelling aanwezig.
Het citaat prikkelt mijn nieuwsgierigheid naar het fenomeen Fryske Kriten. Tot mijn teleurstelling kan ik er aanvankelijk bitter weinig over vinden. Tot ik op een dag stuit op de titel: Friezen yn `e Frjemdte, ondertitel: In skiednis fan Friezen om utens. Ik kan het tweedehands op de kop tikken
Het blijkt een boek uit 2011, formaat statenbijbel, 770 pagina’ s, drieëneenhalve kilo papier, vergezeld van een DVD en, warempel, daarin een heel hoofdstuk gewijd aan Fryske Kriten in Zuid-Limburg.
Volgende keer iets meer hierover.


Wat mijn ouders betreft blijft het een raadsel, wel de Friese taal, maar niet de Friese cultuur. Een antwoord zal wel nooit komen.

(wordt vervolgd)

OPROEP
Wie weet meer te vertellen over de Fryske Kriten in de Oostelijke Mijnstreek? Ken je iemand die er meer van weet? Laat het mij weten. Dat stel ik zeer op prijs.